Een aandeel is een stukje eigendom van een bedrijf. Gaat het bedrijf goed, dan kan de koers stijgen en soms keert het een deel van de winst uit als dividend. Gaat het slecht, dan daalt de waarde en kan die tot nul teruglopen.
Een obligatie is het omgekeerde: je leent geld uit aan een overheid of bedrijf en krijgt rente, met aflossing op een afgesproken datum. Het bewegingsbereik is doorgaans kleiner dan bij aandelen, maar risicoloos is het niet. De uitgever kan in gebreke blijven, en als de marktrente stijgt daalt de koers van bestaande obligaties.
Een index is geen belegging maar een meetlat: een mandje aandelen waarvan het gemiddelde verloop wordt bijgehouden, zoals de AEX of een wereldindex. Een ETF is een fonds dat op de beurs verhandeld wordt en zo’n index nabootst. Koop je één ETF, dan koop je in één transactie een klein stukje van alle bedrijven in die index.
Daarmee zit je bij het begrip dat de rest van dit leerpad draagt: spreiding. Verdeel je je geld over honderden bedrijven, sectoren en landen, dan bepaalt geen enkel bedrijf in zijn eentje je resultaat. Spreiding haalt het risico niet weg, want een brede beursdaling raakt alles tegelijk. Ze haalt wel het risico weg dat één misser je hele inleg kost.