Beleggingen van particulieren vallen in Nederland in box 3, samen met spaargeld en tweede woningen. Je betaalt daar niet over je winst maar over je vermogen op de peildatum, 1 januari. Verkoop je in juli met winst, dan verandert dat niets aan de aanslag over dat jaar; wat telt is de stand aan het begin.
Boven een vrijgesteld bedrag begint de heffing. Voor 2026 hanteert de Belastingdienst een heffingsvrij vermogen van 59.357 euro per persoon en 118.714 euro voor fiscale partners samen. De regels rond box 3 zijn de afgelopen jaren herhaaldelijk aangepast, onder meer door rechtspraak over werkelijk rendement, dus controleer de actuele bedragen en de rekenwijze altijd op belastingdienst.nl voordat je aangifte doet.
Naast box 3 speelt dividendbelasting. Keert een Nederlands bedrijf dividend uit, dan houdt het 15 procent in en draagt dat af. Voor particulieren is dat een voorheffing: je kunt het bedrag verrekenen in je aangifte inkomstenbelasting, waardoor je het in de meeste gevallen terugkrijgt of het van je aanslag afgaat. Bij buitenlandse aandelen ligt het anders. Daar houdt het land van herkomst bronbelasting in, en hoeveel je daarvan terugziet hangt af van het belastingverdrag met dat land.
Dit is algemene uitleg en geen fiscaal advies. Bij een afwijkende situatie is een belastingadviseur de aangewezen partij.